[ home ]
[ volume 1, issue 2, winter 2006 ]
blue-turns-grey
tsead bruinja
KOPPELBAAS
vader die niet goed kon melken stond vroeg op en droeg kalm
zijn arbeiders op wat te doen eindeloos was zijn vindingrijkheid zijn machine
kon tegelijk klappen en rooien totdat mijn tere en bleke zus
is na haar brandwonden rustiger geworden en het zou een gemiste kans zijn
de subtiele verschuivingen in haar karakter ongebruikt en onbenut te laten
men wil het pand tijdens de brand zien niet het krot erna
men weet de boodschap is een bouwval het nieuws vluchtig maar welk
dwaallicht schemert er nu door mijn grijze haar welke zoete onrust zoekt
naar die zachte tourette in mijn tong die gemene dans die haar
van me wegduwen zal hoe krijg je twee lelijke mensen bij elkaar
zodat je in een keuken kan gaan staan luisteren met een gezicht
als een versleten oude broek met een gezicht alsof je poepen moet
MIJN ZOON VOOR € 40,- P.U.
en dan zien we nu mijn zoon die zich voor € 40,- per uur
bij het raam van de auto aanbiedt
straks kom ik in beeld met smurfenstem
en gescrambled hoofd
we hadden ons voor elk ander programma
kunnen opgeven
het werd nieuws
tegen iedereen van de crew zei ik lieverd
dat doe ik nog bij elke casting
we hebben denk ik een telepathische band
mijn zoon en ik
zo hebben we los van elkaar
op hetzelfde tijdstip in verschillende winkels
exact dezelfde schoenen gekocht
IN DE DUINEN
tijdens het voorlezen in de duinen wordt elly de waard
na afloop van haar voordracht door een opdringerige grijsaard
met een oranje rugzak waarop ravetechno gedrukt staat gevraagd
of zij elly de waard ook kent en of er ooit nog een jaarbrief
van het chr.j. van geel genootschap zal verschijnen
dat hij zo graag het huis eens zou willen zien
ik vraag het publiek of ze een romantisch
of een geëngageerd gedicht willen horen
de man praat door
maar mag het huis niet in
vanuit het helmgras fluistert anne
inkoppertje
en dan nog een keer
terwijl ze haar sigaret
uitdrukt
inkoppertje
ik reageer en verzand in een grap
een jong dier dat ik maar niet op poten krijg
iemand roept
romantisch
dwars door het gesprek van de fan heen
die geërgerd en met nul op het rekest zijn fiets pakt
we kijken de man na en het rugzakje
terwijl op mierenruggen de stukjes aandacht
een voor een terug worden gebracht
waarop ik tuurlijk lust je een stuk van die taart lees
VERTREK
omdat woorden de vorm van een wolk
en de zon het gezicht van je vrouw
kan veranderen
spel je de deur
van de knop
tot de lijst
met je ogen
met je handen
met je mond
je staat stil
bij de sloffen
naast de tafelpoot
trekt de leesbril van je hoofd
en legt hem in de boekenkast
het bed dat vannacht
nog geen graf wil zijn roept
je ziet haar slapen
mag erom vragen
kom tot je akker zoals je wilt
vouw je armen open
♦ Tsead Bruinja (Rinsumageest 1974) is dichter en woonachtig te
Amsterdam. Hij debuteerde in 2000 met de Friestalige bundel
'De wizers yn it read / De wijzers in het rood' (Bornmeer).
Zijn Nederlandstalige debuut 'Dat het zo hoorde' (Contact)
werd gepubliceerd in 2003 en het jaar daarop genomineerd
voor de 'Jo Peters poëzieprijs'. Eind 2004 zag de tweede
Nederlandstalige bundel 'Batterij' het licht. In januari
2007 verschijnt bij uitgeverij 'Cossee' 'Bang voor de bal'.
♦ website:
www.tseadbruinja.nl