[ home ]
[ volume 1, issue 2, winter 2006 ]
blue-turns-grey
christiaan weijts
Helderziendheid
Een sms-bericht wekt mij vroeg in de ochtend. 'Toen ik vannacht
dus uit het café wegging en zei dat ik moe was en dat ik
ging slapen, had ik eigenlijk gedacht dat je wel begreep dat ik
nog wilde dat je even naar m'n fiets meeliep en me in een steegje
zou gaan zoenen. Tsss, slecht hoor.'
Over de verschillen tussen man en vrouw is natuurlijk al heel
veel gezegd, geschreven en gelogen, maar hebben we het al eens
gehad over De Vermeende Helderziendheid Die De Vrouw Bij De Man
Veronderstelt?
Bovenstaande casus is daar een goed voorbeeld van. Uiteraard:
mannen zijn analfabeten op het non-verbale vlak en vrouwen zijn
native speakers van de lichaamstaal. Maar zouden ze het echt kunnen?
In één blik, met één handgebaar,
met één streek door het haar spreken over fietsen
en steegjes en zoenen? En wat is het nut van die taal als
mannen haar toch niet verstaan?
Alle andere meisjes en vrouwen (ik weet nooit waar het een
ophoudt en het ander begint) moeten het vanaf een afstand
in het café begrepen hebben. 'Zo hee, zie je dat? Die
wil eens in een steegje flink op haar bek gepakt worden',
fluistert de ene. En de ander: 'Ja, maar zag je ook dat ze
haar linkeroorlelletje nog even aanraakte met haar ringvinger?'
'Ja, ze wil dus dat hij nog even meeloopt naar het water, een
fles Gironde uit 2003 in een restaurant koopt en samen naar
de weerspiegeling van de maan in het water gaat kijken,
romantisch hoor.'
Casus twee, iets recenter. 'Je mag wel naar huis gaan hoor,
dan ga ik gewoon alleen verder met klussen.'
'Nee hoor, zeg maar gewoon wat er moet gebeuren ...' Op de
bank rekte ik me nog maar eens uitgebreid uit, en gaapte.
Ik had zin in een sigaret.
'Andere mannen hoef je dat niet te vertellen. Die zien precies
waar er een lamp opgehangen moet worden en dat soort dingen.
Die hoef je helemaal niet alles aan te wijzen.'
Zou het werkelijk? Of valt ook dit onder De Vermeende
Helderziendheid? Toch maar gelijk casus twee aan een andere
vrouw voorgelegd. Ze schoot onmiddellijk in de lach. 'Ja, zo
zijn mannen! Zo zijn ze precies! Je moet alles wat ze moeten
doen aanwijzen, anders doen ze helemaal niks!'
Helemaal gerustgesteld was ik niet. Voortaan maar gelijk met
de schroevendraaier en boormachine aan de slag als je ergens
klusjes signaleert. En we weten wat ons te doen staat als
een meisje het café verlaat en zegt dat ze moe is
en gaat slapen. Onthoud dat goed, heren: erachteraan lopen
tot naast haar fiets en haar vervolgens een steegje in duwen.
Cameraman
In grand café Dudok komt een jongen binnenstormen met
een videocamera die hij op de grond gericht houdt, alsof het een
zaklantaarn is waarmee hij de grond afspeurt.
Hij scheert langs het tafeltje tegenover mij, waar mensen
hun stoelen verschuiven om hem langs te laten, keert dan terug
en filmt de plavuizen onder mijn tafeltje.
'Zoek je iets?' vraag ik. En hij: 'We zoeken allemaal
iets' en vervolgt zijn tocht.
Ik schenk verder geen aandacht aan het incident, reken af,
en wandel wat door Den Haag. Ik zou de cameraman helemaal
vergeten zijn als ik hem niet die middag in het overdekte
winkelgedeelte opnieuw zie lopen, zijn instrument nog altijd
op de grond gericht.
Ik besluit toch maar in actie te komen.
'Kunst?' informeer ik voorzichtig. Ik heb het bij het
juiste eind. Een project voor de academie, audiovisueel,
met als thema 'weg'. Hij is een film aan het maken vanuit
het perspectief van zijn schoenzolen. Bij dit soort
projecten moet ik altijd denken aan Sandra Heksjtovoian,
een terloops kunstenarespersonage uit Plateforme van
Michel Houellebecq, die replica's van haar eigen clitoris
heeft laten maken. 'Het nodigt uit tot aanraken, hè?'
De Clitoris van Heksjtovoian is voor mij het
archetype geworden van alle hedendaagse conceptuele kunst:
ontiegelijke apekoolquatschflauwekul die louter de
zelfbevrediging van de maker dient, maar je moet er
natuurlijk maar op komen.
Ik heb nooit zo goed begrepen waarom mensen zich
kunnen opwinden over het feit dat Clitorissen van
Heksjtovoian in aanmerking komen voor overheidssubsidie.
Vormen al die Clitorissen van Heksjtovoian nu juist niet
het bewijs van onze welvaart? Geen Kongolese of Rwandese
minister die er zijn portemonnee voor zou trekken. Al
die clitorissen vormen de kroon op onze beschaving.
'Wordt het een beetje een spannende film?' vraag ik,
en krijg als antwoord dat spannend 'geen relevante categorie
meer is.' En dan: 'Ik laat de straatstenen het verhaal vertellen.'
De verhalen liggen op straat, maar je zult ze aan
de straatstenen niet kunnen slijten, wil ik zeggen maar
waarschijnlijk is slijten ook geen relevante categorie
meer. De relevante categorieën zijn dood. Morsdood.
Dat is niet alleen wrang maar zelfs waar.
'Komt er muziek onder?' informeer ik en hoor in
gedachte al radio 4 na tienen, waarbij je nooit zeker
weet of je radio niet verkeerd staat afgesteld en per
ongeluk scheepssignalen of een spelletjesquiz uit Pluto
opvangt. 'Geen muziek, wel geluid', zegt de cameraman.
'Allemaal live. In de scène in deze Passage zal
jouw stem te horen zijn.'
'Ah, dus je gebruikt mij in je kunstwerk. Mag ik
jou dan in het mijne gebruiken?'
'Dat is goed', antwoordt hij.
'Bon, dan zie ik het wel in de bioscoop. Succes nog.'
♦ Christiaan Weijts (Leiden 1976) werkt als redacteur
voor het Leidse universiteitsblad 'Mare'. In 2003 publiceerde
uitgeverij 'Desolation Row' zijn columns in de bundel 'Sluitingstijd'.
Bij 'De Arbeiderspers' verscheen in mei 2006 zijn debuutroman 'Artikel 285b'.
Voor deze roman werd hij genomineerd voor de 'AKO Literatuurprijs' en
in 2006 onderscheiden met de
'
Anton Wachterprijs'
♦ website:
www.christiaanweijts.nl
© blue-turns-grey.nl, 2006 - 2008