[ home ]
[ volume 2, issue 2, winter 2007 ]
blue-turns-grey
edwin fagel
Onze filosofie: raak de ziel aan
We kijken in de lift naar ons spiegelbeeld, we monsteren ons kostuum.
Ik droomde vannacht, lacht z jongensachtig, van een blonde vrouw
met brede heupen. Ik likte haar vier keer klaar. Gelach.
We zien dat x kaal begint te worden, y mag wel iets aan dat buikje doen.
Carpe diem jongens, zeg ik terwijl we nog lachen. Ik denk er te weinig aan
maar het kan elk moment zijn afgelopen. De Voorzitter spreekt:
"De situatie is deze. We spelen als het ware met tien man, we hebben
onze wissels verbruikt. Helpt ons de steun van het publiek? We zijn niets
zonder het geloof! in onszelf." Bij mij loopt de presentatie altijd vast,
ik neem in de stilte een slok water. Wat is dat nu weer
voor symboliek, zegt y, z schenkt zichzelf koffie in, houdt de kan op, nee
laat mij uitspreken. Een vrouw met deinende tieten waar een lijk op valt?
Gelach. Laat niemand nog ontkennen dat wij in deze wereld op onze plaats zijn.
We zien er goed uit. Wat we zeggen heeft gewicht.
Ons doel: tref het hart
De Voorzitter ging naar de wc en kwam er niet meer levend af.
Het gekke is, zegt z, dat ik de volgende dag werd gebeld
en ik dacht dat hij het was, ik zag hem lopen
in zijn eigen rouwstoet. We merken op dat x is afgevallen.
Bevalt het je eigenlijk in je nieuwe job, vraag ik y, ja sorry hoor
ik ben nu eenmaal gewend om op deze manier te borrelen.
Dank je, goed, wij komen dus binnenkort met de grootste revolutie
sinds de senseo. We kijken elkaar aan, y glimlacht. We zijn allemaal hoeren, zegt hij.
De dragers staan bij de auto te roken. Had een van ons
zijn nieuwe laptop al gezien? Een mokerslag, constateren we.
Ik geef y mijn kaartje. We vergaderen volgende week
over de vraag hoe we het ontstane gat gaan vullen.
Zo zie je maar, zegt x, elk moment kan je laatste zijn.
Hij geeft me een hand. "Maar op de wc," lachen we.
Zeg x (tik tegen de schouder), kijk die griet eens,
zou die me op haar borsten laten komen?
Onze specialiteit: hazelnootgebakjes
Het wordt tijd voor antwoorden want ik ben bang
dat ze over ons heen lopen, zei de Voorzitter
als we het ons goed herinnerden, y dacht
dat het ze staan al voor de deur was.
Het zal donker worden en we krijgen hondenkoppen,
dacht ik geamuseerd, we slaan straks als we lachen
met onze voorpoten op tafel, we zullen klappertanden
als we de pis van een loops teefje ruiken.
We voelen ons in het donker ook beter op ons gemak,
met het ochtendlicht komt de onrust, welke god
denkt ons te komen halen uit onze vergaderkamer?
Er valt een stilte. Niet vergeten te bellen dat het later wordt,
knipoogt z. We kijken naar de lege stoel.