Het beeld begint
Foto, feit en fictie
Feiten zijn fictie. Feiten zijn onomstotelijke verzinsels. Waarheid en realiteit zijn net zo geloofwaardig als wat we bedenken en verbeelden. Beeldende kunst is een bedenking bij de waarneming. De werkelijkheid is een samenzwering tegen ons gezichtsvermogen. De werkelijkheid is een complot tegen de verbeelding. We zijn in staat iets heel anders te zien dan ons wordt voorgehouden. Wat we registreren is niet per se het beeld dat ons voor ogen staat. En wat ons voor ogen staat, is niet noodzakelijkerwijs een illusie.
Beeldende kunst breekt onze waarneming open. Wat is gezien, krijgt een gedaante die we niet kennen en waarmee we ons verstaan op een manier die niets te maken heeft met herkenning of identificering, maar met ontdekking en inzicht. Ons hoofd is een donker hol waar we licht in toe kunnen laten om ergens zicht op te krijgen. We projecteren in ons hoofd het beeld dat de werkelijkheid tot stand brengt en dat we omvormen tot onze kijk erop. Iedereen ziet iets anders en is daar zelf verantwoordelijk voor. Je kunt de werkelijkheid niet verwijten wat je niet wilt zien, noch wat je ziet.
Je kunt je in de fotografie beperken tot registratie van wat zich aandient in een moment en dat moment vastleggen en als beeld bewaren. Hoe kort de sluitertijd ook, een foto is altijd een tijdopname. Je kunt dat vastgelegde beeld bewerken om het werkelijkheids- en waarheidsgehalte ervan te optimaliseren. De meeste gewaardeerde werkwijze daarbij is dat je het totale negatief gebruikt en dat je niets verdoezelt of mooier maakt, maar dat je recht doet aan het beeld als zodanig. Je laat daarbij vrijwel niets anders zien dan wat er is waar genomen. De fotograaf die zo te werk gaat, 'knipt' een foto, hij isoleert een beeld uit de omgeving binnen het kader van zij camera en de grootte van het negatief dat hij erin heeft gelegd en met de instelling van de soort lens die hij heeft gekozen. De werkwijze van de onpartijdige lens. Desalniettemin is vrijwel alles aan dit gefotografeerde beeld vals, als je je bedenkt dat je het allemaal ook net iets anders had kunnen doen. De fotograaf kiest het beeld. Hij ontspant de camera, hij ontsluit de foto en fixeert de afdruk.
Ten behoeve van het werkelijkheidsgehalte van de foto doen fotografen er alles aan om die keuze zo onnadrukkelijk mogelijk te maken, maar ze vinden in feite nooit een oplossing voor het probleem van het fotograferen met voorbedachten rade. Ze blijven altijd schuldig aan het beeld, hoe toevallig het ook tot stand komt. Ze moeten altijd de vorm van dat toeval bepalen. Anderzijds en logischerwijs zijn er ook reportagefotografen die alles juist zo nadrukkelijk mogelijk maken. Zij zijn niet schuldig aan het enkele beeld. Zij zijn schuldig aan hun werk. Ze nemen de uiterste consequentie van hun beroep, ook als ze dat tot huurmoordenaars maakt. Dat is nog altijd het grootste verwijt dat reportagefotografen krijgen: ze hadden ook iets anders kunnen doen dan fotograferen. Als je de verdrinkingsdood van iemand fotografeert, had je natuurlijk in het water moeten springen. De beste fotografen laten je dus verzuipen als jij in het water ligt en zij staan ernaast met hun fototoestel. Ja, goeie foto's levert dat op.
Binnen deze opvatting over fotografie kan een beeldend kunstenaar nooit een fotograaf zijn. Hij legt de verantwoordelijkheid voor het beeld nooit bij de werkelijkheid die het aandient, maar altijd bij zichzelf. Hij maakt het beeld. Bij hem is het gebruik van de fotografie niet gericht op het fixeren van de afdruk, maar op het ontwikkelen van het beeld. Bij de beeldend kunstenaar is de lens altijd partijdig: hij kiest het beeld, niet de werkelijkheid.
fence and bench | c - print | 67 x 100 cm
2003 © MariaMaria
De geënsceneerde fotografie in de expositie 'Fact & Fiction' laat fotobeelden zien die geen enkel waarheidsgehalte hebben voor wat betreft de wijze waarop we de wereld aantreffen als we er zonder meer tegenover staan. Het gaat ook niet om een moment in de tijd, het gaat zelfs niet om de reproduceerbaarheid van het beeld, maar om de realisering. Het werkelijkheidsgehalte van de geënsceneerde foto is erin gelegen dat deze is bedacht. En dan niet in de diskwalificerende zin 'dat ze bedacht aan doen', maar in de betekenis dat de kunstenaar zich moet bedenken. En hij bedenkt zich wel twee keer of meer. En dat is nou precies wat een fotograaf nooit mag doen: hij kan zich niet bedenken, anders is de foto voorbij. Bij de beeldend kunstenaar is de foto nooit voorbij. Die wordt gemaakt.
Het belangrijkste kenmerk van de geënsceneerde fotografie is dat het om beeldontwikkeling gaat in een proces van ideevorming. Het beeld bestaat niet totdat de foto wordt gemaakt. Pas daarmee begint het beeld.
Het beeld begint. De foto's van Jasper de Beijer, Ellen Mandemaker, MariaMaria, Diana Scherer, Raymond Taudin Chabot en Tessa Verder lijken in niets op elkaar voor wat betreft inhoud en betekenis. Hier en daar komen ze in techniek overeen, maar ook daarin zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten. Het overeenkomstige kenmerk is dat je als kijker het beeld in moet om te achterhalen wat de foto behelst. Het zijn geen registraties, maar constructies, composities. In de foto's die als kiekjes worden gemaakt, is altijd een van de charmes dat je iets kunt ontdekken wat onbedoeld is mee gefotografeerd: het cadeautje dat je krijgt als je afdrukt op een onbewaakt ogenblik. Je zou het de onbewaakte overgang tussen waarnemen en registreren kunnen noemen: je ziet altijd iets over het hoofd. De kunstenaars in deze expositie geven niet toe aan die verleiding. Vanzelfsprekend gaat ook een kunstwerk tot op zeker hoogte zijn eigen gang, maar dat wordt door deze kunstenaars wel zoveel mogelijk aan banden gelegd. Het tegendraadse is dat ze dat doen om zoveel mogelijk een vrij en zelfstandig beeld tot stand te brengen. Ze laten zich niets opleggen. Zij leggen het op.
Fotografie is te vaak een variant op 'Ik zie ik zie wat jij niet ziet'. De beelden in deze expositie zijn daar gelukkig volledig mee in tegenspraak. Hier is het andersom: jij ziet, jij ziet, wat ik niet zie. Zeg maar wat je ziet. Zie maar wat je zegt.
♦ Alex de Vries (1957) is auteur en adviseur op
het gebied van kunst en cultuur. Hij werkt samen met grafisch
ontwerper Jan Willem den Hartog in het bureau '
Stern/Den Hartog & De Vries' in Den Haag. Hij is lid van
de 'Commissie Beeldende Kunst en Vormgeving' van de 'Raad voor Cultuur'.
Deze niet eerder gepubliceerde tekst is geschreven ter gelegenheid
van de opening van de tentoonstelling
'Fact & Fiction' georganiseerd
en samengesteld door MariaMaria voor 'Arti & Amicitiae' in Amsterdam
die daar van 12 mei t/m 10 juni 2007 te zien was.
Deelnemende kunstenaars: Jasper de Beijer, Ellen Mandemaker,
MariaMaria, Diana Scherer, Raymond Taudin Chabot en Tessa Verder.
♦ website:
www.mariamaria.nl