[ home ]
[ volume 3, issue 1, spring 2008 ]
blue-turns-grey
anneke a. de boer
Beckett's fragmentarische vertelling en de
filmmontage als conflict van Eisenstein
In het werk van Samuel Beckett (1906-1989) 'lees' ik een uitdaging aan
de narrativiteit. Het is moeilijk om in zijn werken een duidelijke
verhaalstructuur te ontdekken. Een verhaal is als een ondateerbaar,
onlocaliseerbaar gegeven.
Degene die spreekt (en schrijft) is altijd buiten zichzelf, ook-of-juist-als
hij zichzelf tot onderwerp neemt. 'De stem' onderbreekt zichzelf constant
waardoor het niet duidelijk is of het nu gaat om een verplaatsing of
persoons-verwisseling, een gespleten persoonlijkheid of een plaatsvervanger.
Beckett stelt dat het individu bestaat uit een reeks opeenvolgende subjecten,
die telkens een overeenkomst met hun omgeving sluiten, welk een compromis hij
de Gewoonte noemt, het bindmiddel dat de wereld, dank zij de luiheid en
gemakzucht van de mensen bijeenhoudt. Het 'ik' heeft geen betekenis waarmee
je je situeert in een wereld van sprekers. Het 'ik' is wezenlijk iets wat
zich laat mededelen en aan de deling die dit impliceert heeft het zijn
bestaan te danken. De verteller is een luisteraar die wordt aangesproken.
Zodra hij 'ik' zegt, heeft dat tot gevolg dat hij niet meer weet of hij
voor zichzelf spreekt of uit naam van een stem die hem dat voortzegt. [1]
De hoofdpersonen in Beckett's boeken dwalen sprekend en schrijvend rond.
Een stem die telkens weer als spelbreker optreedt. De stem is een verzameling
van anderen waardoor rolverwisselingen, gedaanteveranderingen en
spraakverwarring ontstaat. En niet alleen als onderwerp is de stem
belangrijk, ze gaat een directe verbinding aan met de stem in het hoofd van
de lezer.
De schrijfwijze van Beckett, breng ik in verband met de wetmatigheden van
de film (narratie, montage, personage). Hierbij denk ik met name aan
'de stem' als een constante onderbreking. Deze onderbreking van de stem,
vind ik vergelijkbaar met filmmontage; door een verspringing van het
beeld wordt verplaatsing van plaats en tijd mogelijk gemaakt.
Ik zie hier een relatie met de opvattingen van de russische regisseur
Sergej Eisenstein (1898-1948) over de filmmontage als 'conflict'. In
zijn beginwerken; toneel- en theaterstukken, speelden zich vaak
verschillende situaties en/of handelingen in eenzelfde tijdsbestek af.
Dit leidde tot de parallelmontage; het afwisselend tonen van 2
handelingen die zich (al dan niet tegelijkertijd) op verschillende
plaatsen voltrekken. Hij ontwikkelde verschillende vormen van filmmontage. [2]
Eisenstein beschouwde de filmmontage als 'conflict', in plaats van een
(harmonieuze) 'koppeling'. Hij legde de nadruk op het zichtbaar maken
van de tegenspraak, oftewel op het ontstaan van de antithese. [3]
Dit was een andere opvatting dan zijn collega's in die tijd. Montage;
het naast elkaar plaatsen van verschillende beelden, was voor Eisenstein
belangrijk omdat hieruit betekenissen konden ontstaan en vooral: aan
gegeven worden. Eisenstein beweerde dat door het blijven onderzoeken
en ontwikkelen van montagetechnieken, we in staat zouden zijn het
werkelijke wezen van objecten en schijnselen te vatten. Deze
overtuiging is sterk gerelateerd aan wat er aan de hand is in
het schrijven van Beckett; waar betekenissen bewerkstelligd lijken
te worden door uiterste incoherentie.
[1] Lacant spreekt over dit probleem van 'de uitspraak' en 'uitspreking'.
[2] De verschillende vormen van montage ontwikkeld door S. Eisenstein:
Metriese montage: beeldreeksen worden gecombineerd op grond van hun lengte
en volgens een schematische formule. Deze montage krijgt vorm doordat ze
steeds herhaald wordt. In dit type montage zijn binnen het filmbeeld
heersende verhoudingen volledig ondergeschikt aan de absolute lengte
van de beeldreeks. De metrische montage draagt een meestal dominant
karakter. Het filmbeeld is in potentie 'ondubbelzinning'.
Ritmische montage: deze montage wordt bepaald (door een nieuw berechtigd
element;) de inhoud van de filmbeelden zelf. Op feitelijk gebaseerde
verhoudingen. Vaak dezelfde lengte's van verschillende opname's
die d.m.v. ritme/beweging elkaar opvolgen.
Tonale montage: gebaseerd op de emotionele klankwaarde van de beeldreeks.
Het gaat om de algemene toon van de beeldreeks.
Dit type montage is gebaseerd op de dominante emotionele klank in de beeldreeks.
Boventonale montage: ritme en toon zijn fasen in een en hetzelfde proces.
Intellectuele montage: dit is geen montage van grove fysiologische boventonale
klanken. Een conflicterende combinatie van meerder intellectuele effecten
tegelijkertijd. Type van de 'intellectuele boventonen'.
[3] Antithese = de tegenstelling van beginselen of ideeën, Eisenstein
maakte van dit begrip gebruik in de jaren twintig. In de jaren dertig
zou dit plaats maken voor de synthese; de opheffing van de tegenspraak.
♦ Anneke A. de Boer schreef dit artikel
in het kader van haar afstuderen aan het 'Piet Zwart Institute'.
Institute for postgraduate studies and research, fine art- MA,
Rotterdam.
♦ website:
www.annekeadeboer.com