[ Begripvol en venijnig ineen | over het werk van Erik Buijs ]
'Beeldhouwer' wil hij zichzelf niet noemen. Hakken en houwen zijn niet
de werkwoorden die passen bij het werk van Erik Buijs (1970). Hij
voldoet niet aan de klassieke opvatting over beeldhouwen waarin
beelden slechts bevrijd dienen te worden uit ruwe materie. Buijs
bouwt zijn beelden op uit klei of was: kneden, modelleren en
afgieten zijn geschiktere termen. Of zoals hij het met gevoel
voor understatement zelf verwoordt: "Ik kan vrij aardig kleien."
Zijn sculpturen zijn geen gepolijste waarnemingen naar de
werkelijkheid, maar gestolde gedachten over diezelfde werkelijkheid.
Gestold verwijst niet alleen naar de gegoten eindproducten in beton,
gips, brons of aluminium, maar ook naar de luchtigheid en snelheid
waarmee Buijs zijn gedachten in kunstwerken omzet. De weerbarstigheid
van het materiaal wordt door Buijs niet omzeild maar heel bewust
ingezet. De sporen van het boetseren - inclusief duimafdrukken,
handpalmvegen en messnedes - zijn een onderdeel van zijn handschrift
geworden.
Materiaaluitdrukking, formaat, postuur, lichaamsgebaar en
gelaatsuitdrukking zijn zorgvuldig in balans gebracht. Door middel
van zijn sculpturen - ingetogen dan wel uitbundig - toont Buijs
ons zijn eigenzinnige en uitgesproken kijk op de wereld.
Wie uit het voorafgaande concludeert dat het hem slechts gaat
om de figuratieve expressie van het beeld op zich, heeft het mis.
Al zijn werken - vrij of in opdracht - spreken zich uit over hun
omgeving. Buijs onderzoekt de eigenaardigheden en de sociale en
ruimtelijke condities van een plek. Als geen ander weet hij een
gevoel voor (dis)harmonie in de ruimte te combineren met een
scherpzinnig oordeel over het functioneren ervan. Zijn werk
biedt een trefzekere spiegel van de gedragingen van de mens
in zijn alledaagse leefomgeving. Vaak is die spiegel
tragikomisch van aard. Buijs geeft zijn werk een ironische
ondertoon mee, die - afhankelijk van iemands ontvankelijkheid
- varieert van humor tot cynisme.
Het lukt hem feilloos de hoge verwachtingen van een opdrachtgever
tot normale proporties terug te brengen. Maar ook de gewone burger
wordt op zijn plaats gezet. Het dagelijkse gebruik van de openbare
ruimte wordt in al zijn naaktheid en platvloersheid getoond of op
de hak genomen. Zijn beelden zijn daardoor zeer herkenbaar en
raken een gevoelige snaar. In een ontwerp gaat het Buijs
allereerst om het opsporen van de juiste posities in het
krachtenveld. Van hieruit ontspint zich een verhaal over die
plek, het gebruik en de betekenis ervan. Vervolgens komen de
acteurs binnen dit verhaal, de figuratieve beelden, als vanzelf
naar voren. Zoals hij zelf onlangs toelichtte: "Bij gebrek aan
betere beeldmiddelen kies ik uiteindelijk toch altijd weer voor
figuratieve beelden. Hiermee kan ik het beste mijn visie op een
gegeven plek of opdracht weergeven. Mijn beelden hebben vrijwel
dezelfde karaktereigenschappen als hun maker: vol zelfspot met
een kritische houding naar hun omgeving. Mijn beelden zijn geen
illustraties van een verhaal, het verhaal begint juist bij die
beelden!".
website:
http://home.planet.nl/~buijs340/