[ home ]
[ volume 3, issue 1, spring 2008 ]
blue-turns-grey
anne sexton | estelle boelsma
Sylvia's Dood
Voor Sylvia Plath
Oh Sylvia, Sylvia,
met een dode doos vol stenen en lepels,
met twee kinderen, twee meteoren
vrij zwervend in een kleine speelkamer,
met je mond vastgebeten in het laken,
in de dakpannen, in het stille gebed,
(Sylvia, Sylvia
waar ging je heen
nadat je mij vanuit
Devonshire over
Aardappelen telen
en bijen houden schreef?)
waar stond je,
hoe ben je gaan liggen?
Dief -
waarin ben je gekropen,
kroop je alleen naar beneden
naar de dood waarnaar ik al zo lang zo verlangde--,
de dood waarvan we zeiden dat we die ontgroeid waren,
die we op onze magere borsten droegen,
de dood die we zo vaak besproken hebben,
we dronken drie droge martini's in Boston,
de dood die sprak van analisten en genezingen,
de dood die sprak zoals bruiden en samenzweringen dat doen,
de dood die we dronken,
de motieven ervan en de stille daad?
(In Boston
rijden de stervenden
in taxi's,
ja, alweer de dood
die rit naar huis
met onze zoon.)
Oh Sylvia, ik herinner me de slaperige tamboer
die onze ogen sloeg met een oud verhaal,
en hoe we hem wilden laten komen
als een sadist of een New Yorkse nicht
om zijn werk te doen,
een noodzaak, een raam in een muur of een kribbe,
en sinds die tijd dat hij gewacht heeft
onder ons hart, onze kast,
en nu zie ik hoe we hem bewaren
jaar na jaar, oude zelfmoorden
en ik weet van het nieuws van jouw dood
als een verschrikkelijke smaak, als zout.
(En ik,
ik ook.
En nu, Sylvia
wederom jij
weer met de dood,
die rit naar huis
met onze zoon.)
En ik zeg alleen
met mijn armen gestrekt naar die stenen plek,
wat is jouw dood
anders dan een oud bezit,
een mol die uit
één van jouw gedichten viel?
(Oh vriendin
wanneer de maan slecht is,
en de koning vertrokken is,
en de koningin ten einde raad
zou de dronkaard moeten zingen!)
Oh kleine moeder,
ook jij!
Oh grappige hertogin!
Oh blond ding!
17 februari, 1963
Sylvia's Death
[ poem by Anne Sexton ]
for Sylvia Plath
O Sylvia, Sylvia,
with a dead box of stones and spoons,
with two children, two meteors
wandering loose in a tiny playroom,
with your mouth into the sheet,
into the roofbeam, into the dumb prayer,
(Sylvia, Sylvia
where did you go
after you wrote me
from Devonshire
about rasing potatoes
and keeping bees?)
what did you stand by,
just how did you lie down into?
Thief -
how did you crawl into,
crawl down alone
into the death I wanted so badly and for so long,
the death we said we both outgrew,
the one we wore on our skinny breasts,
the one we talked of so often each time
we downed three extra dry martinis in Boston,
the death that talked of analysts and cures,
the death that talked like brides with plots,
the death we drank to,
the motives and the quiet deed?
(In Boston
the dying
ride in cabs,
yes death again,
that ride home
with our boy.)
O Sylvia, I remember the sleepy drummer
who beat on our eyes with an old story,
how we wanted to let him come
like a sadist or a New York fairy
to do his job,
a necessity, a window in a wall or a crib,
and since that time he waited
under our heart, our cupboard,
and I see now that we store him up
year after year, old suicides
and I know at the news of your death
a terrible taste for it, like salt,
(And me,
me too.
And now, Sylvia,
you again
with death again,
that ride home
with our boy.)
And I say only
with my arms stretched out into that stone place,
what is your death
but an old belonging,
a mole that fell out
of one of your poems?
(O friend,
while the moon's bad,
and the king's gone,
and the queen's at her wit's end
the bar fly ought to sing!)
O tiny mother,
you too!
O funny duchess!
O blonde thing!
♦ Estelle Boelsma (1971): dichter, beeldend kunstenaar en
redacteur van blue-turns-grey. Estelle is afgestudeerd aan de
'Hoge School voor Beeldende Kunsten' in Arnhem. Ze publiceerde
eerder gedichten in 'De Revisor', 'De Brakke Hond', 'Op Ruwe Planken'
en 'Lava'.
♦ website:
www.meandermagazine.net