[ home ]
[ volume 4, issue 1, winter
2009 ]
blue-turns-grey
robert anker + mark strand
De tweede man
Wat is een gedachte waard als ze de taal net niet heeft bereikt
Behalve dat ze je meehelpt te zijn wie je bent, de tweede man
Die ontstond toen je ging nadenken over de eerste die we doorgaans
Ons zelf noemen, en als gestalte pas na de jeugd tegenover je
(En wie is dan je?) kwam staan, en toen dus de gewaarwording
Van een tweede, geen schim op de rand van de slaap of verschijning
In een ooghoekseconde maar een aangestraald zijn, nee, een voltage
Nee, een wemeling, een bron – maar even machtig als
ongrijpbaar
Iemand die bijvoorbeeld je historische persoon, die zo goed zichtbaar
Is voor anderen, in de armen van je vrouw heeft gedreven, jawel
De ongevormde tweede, zo gevoelig voor lichtval en geuren, voor
De wind die opsteekt of gaat liggen in het riet, hij is het die
Zoveel voor jou beslist heeft, nu weer dat je voor dit uitzicht
Zit en dat het lijkt of hij in de aanblik van de waaiende bomen
De jagende wolken, het buigende riet een gedachte loslaat
Als: ik pak de fiets en rij weg uit mezelf, of als wat hier staat
Of: sta op van dit papier, omhels je vrouw, haar ongedachte lijf.
- robert anker
Het idee
Ook wij koesterden een wens om iets te bezitten
Voorbij de wereld die we kenden, voorbij onszelf, voorbij
Ons voorstellingsvermogen, maar wel iets waarin
We misschien onszelf konden zien, en dit verlangen verscheen
Altijd in het voorbijgaan, in tanend licht en in een kou
Zo scherp dat in de dalen het ijs op de meren krakend
Verschoof en stuifsneeuw elk zichtbaar stuk bodem bedekte,
En beelden uit het verleden doken weer op,
Waren niet meer dezelfde maar spookachtig wit
Tussen bedrieglijke glooiing en verborgen vervaging,
En nooit voelden we ons nabij totdat
De nachtwind zei: ‘Waarom doen jullie dit,
Vooral nu? Ga terug naar de plek waar je hoort,’
En daar verscheen, met gloeiende vensters,
Klein, in de bevroren verte, een huisje
En we stopten, verbaasd dat het er stond.
We zouden erheen zijn gegaan en de deur hebben geopend,
De gloed zijn binnengestapt en ons hebben verwarmd
Als het niet van ons was geweest door niet van ons te zijn
En leeg moest blijven. Dat was het idee.
- mark strand (vertaling wiljan van den akker en esther jansma)
♦ Robert Anker (1946) debuteerde in 1977 als
dichter in
De Revisor, en ontwikkelde zich tot een
schrijver van alle literaire genres. Hij heeft dichtbundels, romans,
essays en toneelteksten op zijn naam staan. Sinds 2008 is hij
stadsdichter van Amsterdam. "De tweede man" van Robert Anker
verscheen eerder in diens bunde; "Poëzie is een keigaaf ding".
♦ Mark Strand (1934) was Poet Laureate van
de Verenigde Staten en werd onderscheiden met ondermeer de Bollingen
Prize, de Pulitzer Prize en de
Wallace Stevens Award voor zijn gehele oeuvre. Strand woont en
werkt in New York, waar hij
doceert aan Columbia University. "Het idee" verscheen eerder
in: "Gedichten eten" (Keuze en vertaling Wiljan van den Akker en
Esther Jansma. Arbeiderspers, Amsterdam 2006).
Zie ook:
-
Strands verdediging van de poëzie
-
Strand bij de Arbeiderspers
-
Strands vertalers bij de VPRO