Vis (Nacht)
Ik wilde een wereld beginnen
die al die tijd al lang bestond.
Vast stond.
Achter me,
op zes uur precies de zon die eraan komt,
op de achtergrond van de stad inzoomt,
de zon die eraan komt die rakelings naast mij
een schaduw uit de aardschors bijt.
Schaduw die alleen nog in details
van het licht te scheiden is.
Dan een hele tijd niks
(d.w.z. schrammetje,
stelt niks
voor).
*
*
*
Afgrond.Bouwgrond.Waaruit.Gordelwinding.Alle
zeilen bij.Alle hens onder het
dak.Schedelbrand.Klaar voor
de klus.
Vis op het
punt van
een vliegende
start:neergelegd.Ingebed.Vis van boter en
slaap.Zwart-wit vis
die nu aan
de wandel is. Krabbetje,
stelt niks voor; je
droomde dat ik dood
was. Maak er
werk van.
- onno kosters
Quatre
poèmes
1. Dieppe
opnieuw het laatste eb
de dode kiezels
de bocht en dan de treden
richting de lichtjes van de stad
2.
mijn pad is in het zand dat vliedt
tussen de kiezels en het duin
de zomerregen regent op mijn leven
op mij mijn leven dat zich afstroopt wegvlucht
naar zijn aanvang naar zijn eind
mijn rust is daar waar de mist optrekt
als ik die brede wankele drempels eindelijk achter me kan laten
en de ruimte van een deur leef
die open en weer dicht gaat
3.
wat deed ik zonder deze wereld zonder aanzicht onverschillig
waar bestaan een moment maar duurt waar ieder moment
wegspoelt in het niets het ongewisse te hebben bestaan
zonder deze golf waarin ten slotte
lijf en schaduw samen onder gaan
wat deed ik zonder deze stilte waar
het gemompel wegsterft
het gehijg gejacht om troost om heb mij lief
zonder de lucht die torent
boven zijn ballast stof
wat deed ik wat ik gisteren deed en eergisteren
uit mijn daklicht turen zoeken naar een ander
die doolde als ikzelf weg wielde van al wie leeft
in een kolkende ruimte
stemloos onder de stemmen
die om mijn schuilplaats drommen
4.
ik wilde dat mijn liefde stierf
en regen op het kerkhof viel
op mij die hier dan liep en rouwde
om de eerste die mij lief had om de laatste
- samuel
beckett (vertaling: onno kosters)