[ home ]
[ volume 4, issue 1, winter
2009 ]
blue-turns-grey
lieke marsman + dorianne laux
16/12/2008
We weten allemaal niet waar we heen gaan die nacht
in het tramhokje. Dus denk ik graag dat we allemaal
hetzelfde denken die nacht in het tramhokje, weigeren
aan te nemen dat we enkel in de kou staan om uit
de kou te komen. Ik heb gezien hoe we seinen met
ingeklapte paraplu’s en gerommel aan sigarettenpakjes,
hoe je aan de touwtjes van je regenjas sjort alsof je
mijn hagelnatte haar vlecht. We dragen vriendschap
met ons mee, voorzichtig verpakt en onder de arm
geklemd in identieke supermarkttassen.
Nu staan we in de rij alsof iemand ons soep gaat geven.
Een uitgetrokken handschoen en een knik naar de verte
en truien die naar hetzelfde wasmiddel ruiken. Zo gaat
wachten ons in de koude kleren zitten, alsof we samen
een ramp trotseerden en nog steeds met de reddingsvesten
aan elkaar geknoopt zijn, voor altijd elkaars handen vasthouden
op weg naar de nooduitgang. Stilstaan is één
woord
gemaakt uit twee.
Nu vergeet ik dat je rustig een krant leest
en dat er geen neerstortend vliegtuig is, geen
massademonstratie, geen plots
overlijden dat je in mijn armen
zou kunnen drijven. Alleen
een naderende tram en
geen reden te blijven.
- lieke
marsman
Maanfeiten
De maan verwijdert zich ieder jaar
drieëneenhalve centimeter van ons. Dat betekent,
als je zoals ik ongeveer vijftig jaar geleden
geboren bent, dat de maan bijna twee meter
dichterbij de aarde stond. Wat kan een mens doen?
Ik voel hoe een grijze wolk van ontsteltenis
mijn gezicht bedekt. Ik begin te denken aan
het maanverlichte verleden, aan hoe je je,
als je maar ver genoeg teruggaat, een adembenemend
grote maan voor kunt stellen, prehistorische
zonsverduisteringen toen de maan de zon
zo volledig verhulde dat er geen corona was, enkel
een donkerte waarvoor we geen woorden hadden.
En toekomstige verduisteringen zien er zo uit: de maan
een kleine zwarte pupil in het oog van de zon.
Maar dit zijn slechts droge feiten.
Wat me het meest dwars zit is dat op een dag
de maan zich uit haar baan zal wentelen
en dat al het landleven zal sterven.
De maan zorgt er voor dat de oceaan haar kustlijn
niet inslikt, houdt de elektromagnetische velden
in toom aan de pooleindes van de wereld.
En vertel me alsjeblieft niet
wat ik al weet, dat het voorlopig
niet zal gebeuren. Dat kan me niet schelen. Ik ben bang
voor wat er met de maan gaat gebeuren.
Vergeet ons. Wij verdienen de maan niet.
Misschien dat we dat ooit deden maar niet nu
na alles wat we gedaan hebben. Deze nachten
heb ik heimelijk medelijden met de maan,
die eenzaam door de ruimte rolt zonder haar
melkplaneet, haar enige liefde, een moeder
die haar kind is verloren, een slecht kind,
een hebberig kind of misschien
een volwassen jongen die heeft gemoord
en verkracht, een moeder kan het
niet helpen, ze houdt van die jongen
ondanks alles, en tegen haar wil
mist ze hem, en als je naast haar gaat zitten
op het gestoffeerde ziekenhuisbankje
voor de deur naar zijn kamer kun je
niet
niet haar hand vasthouden, naar haar luisteren
terwijl ze zachtjes huilt, je vertelt hoe lief
hij was, hoe blauw zijn ogen en je weet
dat ze slechts romantiseert, dat ze met
groot gemak de blauwe plekken en de drank
vergeet, de gestolen auto, de dag waarop hij
de telefoons van de muren trok, en je wil haar
tot redelijkheid slaan, haar herinneren
aan de waarheid: hij was een luis, een nietsnut,
een miezerige klootzak, en bijna doe je het
totdat ze haar bleke doffe gezicht optilt, haar ogen
twee kraters, en dan kun jij het ook niet meer
helpen, je herkent de liefde wanneer je haar ziet,
voelt haar lunaire kracht, haar wreed getrek.
-
dorianne laux (vertaling: lieke marsman)