Spreek niet tegen. Een simpel nee
is het begin van wankelen, onrust,
verdediging, van twijfels verborgen
in niets aan de hand. Iedere poging
tot beter weten, nee, laat mij maar,
dat gaat niet zo, dat weet je toch,
vergroot het dwalen in niemandsland.
Twee: stel geen vragen. Zeg het maar
als het pijn doet, het eten niet lekker is
en hoe hebben we geslapen? Jawel,
ze doet een poging, maar loopt vast in
woorden, klanken, in een antwoord
dat niemand begrijpt, behalve zijzelf,
of nee, zij weet, de taal lacht haar uit.
Drie: vergeet jezelf. Het verbond van
moeder en zoon ongeldig verklaard.
Je rol is iemand, de naam meneer.
Je rent en reddert, alles te weinig,
met als enig doel een minuut rust,
een halve, in een hoofd dat trilt, dat
op vreemd bevel leegloopt, opdroogt.
Vier: blijf zitten. Nee, loop niet weg,
de moeilijkste van alle. Wat doe ik hier
als zij niet praat, haar ogen sluit en
zelfs mijn hand niet lijkt te voelen?
Thuis ligt zoveel werk te wachten.
Wat moet ik hier als alles wat ik doe
bestaat uit zitten, zitten en zijn?
♦ Gepubliceerd in de bundel van de Nacht van de Poëzie 2010